11 februari 2020 – Leer van mijn fouten

(Deel drie)

De afgelopen twee dagen heb ik twee blogs geplaatst. De eerste gaat over mijn theorie dat verslaving een keuze is, de tweede gaat over hoe het brein verandert na gebruik van verdovende middelen. Nu volgt naar mijn idee de belangrijkste van de drie.

Leer van mijn fouten - Keith Bakker Official Blog

Het eerste blog (My unorthodox philosophy) gaat over mijn theorie dat verslaving een keuze is. Dit heb ik geschreven in de zomer van 2010. Dit was ook dezelfde zomer dat ik grensoverschrijdende fouten maakte in wat ik zag als mijn strijd tegen anorexia.

Over het hoe en wat in 2010 heb ik het nog maar weinig gehad. Ik ben ervoor veroordeeld en ik heb mijn straf hiervoor uitgezeten. Het is voorbij, maar de fouten die ik heb gemaakt blijven mij achtervolgen. Wat we zien in ‘My unorthodox philosophy’, is de basis waar het precies fout is gegaan in mijn werk als coach.

In de periode van tien jaar waarin ik werkzaam was als coach in de verslavingszorg, heb ik een onterechte afkeer gehad richting de psychiatrie en de reguliere hulpverlening.

Hier heb ik spijt van. Het basisidee dat alles een keuze is
wat betreft de verslavingszorg, is niet helemaal waar. Ik zat er ook wel een
beetje naast. Een aantal van mijn ideeën waren goed en juist. Zolang er geen geestelijke
stoornis is, is er wel degelijk een keuze, dat is waar.

In de afgelopen jaren heb ik wel veel geleerd. Zo heb ik bijvoorbeeld geleerd over de link tussen trauma en verslaving omdat ik zelf gek ben geworden door mijn eigen PTSS. Ik heb eindelijk gezien en toegegeven dat ik in 2010, toen het allemaal misging, psychisch niet helemaal gezond meer was. Dit kwam omdat ik veel omging met psychisch instabiele mensen.

Het probleem was dat ik zelf niet geloofde in de psychiatrie, dus hoe kon ik dan zien dat anderen psychisch instabiel waren en dat ik dat ook werd?

De verslavingsgoeroe was zelf instabiel geworden, zoals we allemaal hebben gezien kan dat dramatisch aflopen wanneer er niet voldoende toezicht is op zorgverleners. Er zijn hele goede psychiaters en GGZ-psychologen die heel bekwaam zijn in het behandelen van mensen met psychische aandoeningen.

Ik hoorde hier duidelijk niet bij. Ik was en ben een
hele goede coach maar ik had een grote valkuil, mijn afkeer ten opzichte van de
psychiatrie. Jarenlang was ik een cowboy in verslavingswereld, die was
grootgemaakt door televisie. Mijn manier van werken sloeg aan en er zijn veel
mensen die hier baat bij hebben gehad. Er zijn door mij ook fouten gemaakt,
door geen psychiaters in te schakelen wanneer dit misschien wel nodig was.

In het afgelopen jaar moest ik mijn eigen tekortkomingen
onder ogen zien. Ook moest ik toegeven dat seks- en liefdesverslaving echt
bestond. Ook dat alle goede bedoelingen in het leven geen effect hebben op de
harde werkelijkheid van de ziekte van verslaving.

Die harde werkelijkheid is dat er goede professionele zorgverleners zijn om zelfdestructieve mensen te kunnen helpen. Ervaringsdeskundige mensen zoals ik, zijn goed om mensen in contact te brengen met professionele zorg, interventies te doen en ook om te ondersteunen tijdens of na een professionele behandeling.

Er moet wel altijd goed gekeken en getoetst worden door onafhankelijke psychiaters, wanneer er sprake is van zelfdestructief gedrag.

Alleen wanneer er door een bekwame psychiater geen psychische aandoeningen vastgesteld kunnen worden, kan iemand een keuzegericht coaching traject ingaan. Dit is echter wel een probleem in dit Oprah Winfrey-achtige tijdperk. Iedereen noemt zich tegenwoordig coach. Er is in principe geen opleiding nodig om jezelf een coach te noemen. Ook is er in het algemeen weinig toezicht op coaches. Deze ontwikkeling is gevaarlijk.

Zeven jaar lang had ik een fantastische kliniek genaamd Smith & Jones.

Omdat ik het boegbeeld was van de kliniek, werd de illusie
gewekt dat deze zo goed was omdat ik hier verantwoordelijk voor was. Dat
is niet helemaal zo. Het grote succes van Smith & Jones was te wijten aan
het feit dat ik de beste en meest professionele mensen in dienst had die ik
wereldwijd kon vinden.

Vandaag de dag geloof ik dat verslaving inderdaad een chronische en progressieve ziekte is. Ervaringsdeskundigen moeten samenwerken met zorgprofessionals. Het laatste woord in behandelplannen moet dan ook altijd overgelaten worden door een goed en bekwaam psychiater. Ook moet er getoetst worden op dubbel- of drievoudige diagnose wanneer er sprake is van zelfdestructief gedrag. Pas wanneer er groen licht wordt gegeven, kan een persoon dan aan een coaching traject beginnen met een bekwaam professional.

Er moet ook meer geleerd worden over het verband tussen trauma en verslavingen.

Dit is volgens mij de toekomst voor verslavingszorg. Er zal meer gekeken moeten worden naar waarom iemand zichzelf vernietigd dan naar hoe ze dit doen. Deze aanpak vergt echter tijd en geld dat er niet is.

Vandaag doe ik een oproep aan alle mensen die net als ik in 2010, geloven dat alles in het leven een keuze is.

Als er sprake is van onbehandelde psychische aandoeningen of
stoornissen, zijn choise-based gerichte coaches, zoals ik altijd ben geweest, niet
zo effectief als ze kunnen zijn. Psychische stoornissen zijn echt en dit moet
bespreekbaar kunnen zijn.

In het afgelopen jaar heb ik in Azië voor het eerst naar de
trauma’s in mijn leven gekeken onder begeleiding van een professional. Ik heb
hier ontzettend veel van geleerd en het gaat nu ook veel beter met me. Trauma
en onbehandelde psychische stoornissen zijn geen excuus voor zelfdestructief
gedrag, maar het kan wel een reden zijn.

Vandaag de dag ben ik éénentwintig jaar clean en nuchter en
heb ik de keuze om wel of geen drugs te gebruiken. Ik heb echter geen keuze in
het wel of niet hebben van PTSS. Op dit moment zit ik onterecht vast in de gevangenis
omdat ik beschuldigd ben van iets wat ik niet heb gedaan. Dit wil niet
zeggen dat ik geen geestelijke problemen had of dat ik foute morele keuzes heb
gemaakt. Gelukkig zijn er goede professionals die mij hebben geholpen om
hiermee om te gaan.

Ja ik zit in de gevangenis, maar door de intense en professionele
therapie die ik een jaar lang onderging in Azië, ben ik een beter mens
geworden. Als ik ooit weer ga coachen zal ik hier een goede psychiater bij
betrekken. (Dit zal dus absoluut niet Bram Bakker zijn). Pas dan
zal het echt succesvol worden.

K.  

10 februari 2020 – Het verslaafde brein

(Deel twee)

Hallo vrienden en vijanden. Er zijn een aantal reacties gekomen op mijn laatste blog: My unorthodox philosophy. Hier ben ik erg blij mij. Het is altijd goed om een dialoog te hebben over zaken als verslaving, om de ‘behandeling’ hiervan te verbeteren.

Het verslaafde brein - Keith Bakker Official Blog

Het fenomeen verslaving, waaronder ook nicotine, is voor zover ik weet de nummer één doodsoorzaak in de wereld. Voor de duidelijkheid, mensen sterven niet aan de gevolgen van verslaving op zich. Mensen sterven aan de gevolgen van verslaving. Alcoholisten bijvoorbeeld, sterven niet aan alcoholisme, maar aan onder andere leveraandoeningen, auto-ongelukken, het Korsakoff-syndroom en allerlei andere aandoeningen en de gevolgen hiervan. Ook sterven mensen niet aan het roken zelf, ze sterven aan de gevolgen.

Eén ding is zeker, mensen raken verslaafd. Maar wat houdt dit nu precies in?

Het Nederlandse woord voor dit fenomeen is veel duidelijker
en veelzeggender dat het Engelse woord. Verslaving omschrijft het fenomeen veel
beter dat het woord addiction. Mensen worden inderdaad slaven van bepaalde
middelen of van bepaalde gedragingen. Dit heeft een sterk effect op de functies
van het menselijk brein. Mensen worden slaven omdat het brein veranderd na het lange-termijn
gebruiken van (chemische) substanties, of gedragingen die het dopaminegehalte
in het brein verhogen. Het brein raakt verslaafd, niet de
persoon.

Dit feit is vaak het meest genegeerde of onbegrepen aspect van verslaving. In het algemeen wordt verslaving benaderd als een gedrags- of middelenprobleem. Dit is niet zo. Alle verslavingen hebben te maken met veranderingen in het brein. In het huidige systeem van verslavingszorg is het behandelen hiervan vaak gericht op middelen en gedrag.

Ik was tot 1998 zwaar verslaafd aan heroïne, cocaïne en alcohol.

Deze middelen waren als het ware mijn meester geworden, tot
ik een bijna dodelijke ervaring heb gehad. Ik heb namelijk op 31 juli 1998 een
overdosis en een hartaanval gehad. Wonder boven wonder ben ik toen in het
ziekenhuis beland en zoals je misschien wel doorhad, heb ik het overleefd.

Die dag is er wel iets doorslaggevends gebeurd. Ik was na
jaren van gebruik voor het eerst zo erg geschrokken dat ik toen eindelijk zelf
de keuze heb gemaakt om hiermee te stoppen. Ik heb dus bewust de keuze gemaakt
om te stoppen met gebruiken en sindsdien heb ik nooit meer gebruikt.

Wat ik toen merkte was dat mijn brein hierna niet functioneerde zoals dat van de mensen om me heen. Ik had behoefte aan meer prikkels, meer intensiteit en meer opwinding dan andere mensen om een goed gevoel te krijgen. Mijn brein was zo gewend aan de grote hoeveelheid verdovende en stimulerende middelen, dat het vaak bijna onmogelijk was om te kunnen genieten van normale dingen.

In de loop der jaren heb ik persoonlijk met meer dan duizend mensen gewerkt die mijn hulp zochten voor welke verslaving dan ook.

Mijn kliniek Smith & Jones was erg succesvol in het
helpen van mensen die de keuze hadden gemaakt om hun leven een andere richting
te geven. Na al deze ervaringen ben ik tot de overtuiging gekomen dat er een
bepaald punt komt, waarop het brein onherstelbaar beschadigd raakt.

Het goede nieuws is dat totdat dit punt bereikt is, er nog wel een keuze is om wel of niet te gebruiken. Vóór dit punt van onherstelbare schade kun je eigenlijk nog niet van verslaving spreken, omdat het brein nog normaal functioneert zonder middelen. Dus zonder de middelen waaraan het brein gewend is geraakt. Zo simpel is het. De schade door drank- of drugsgebruik op het brein is nog altijd niet meetbaar. Het enige wat we kunnen doen is kijken naar de gevolgen van het gedrag of het gebruik zelf.

Verslaving als ziekte is niet te meten.

Zo is er bijvoorbeeld geen bloedonderzoek waarbij verslaving
kan worden geconstateerd. De enige manier om vast te stellen of er sprake is
van verslaving, is door te kijken of het gebruik van middelen effect heeft op
het sociaal, fysiek en relationele leven van de gebruiker. In het algemeen zijn
deze gevolgen voor de medische wereld de meetlat om de diagnose verslaving vast
te stellen.

Wat interessant is, is dat het woord verslaving of addiction nergens voor komt in de bijbel van de psychiatrie, het DSM-handboek. In het Engels noemt men het fenomeen alcoholisme bijvoorbeeld, Alcohol Use Dissorder. Dus ook wel een vage omschrijving van een fenomeen dat iedere vorm van verstand voorbijgaat.

De conclusie: Alcoholisme en verslaving zijn hetzelfde
fenomeen. Tot het brein onherstelbaar beschadigd raakt door overmatig gebruik
van chemische middelen, kan de gebruiker kiezen om wel of niet te stoppen.
Totdat het brein onherstelbaar beschadigd is, blijft het naar mijn mening dus
toch wel een keuze.

K.