5 februari 2020 – Ik ga voor vrijspraak

Hallo vrienden en vijanden.
Komende maand word ik verwacht bij de meervoudige strafkamer om terecht te staan voor een aantal tenlasteleggingen tegen mij.

Ik ga voor vrijspraak - Keith Bakker Official Blog

Ik zit in een enorm gevaarlijke positie omdat deze
tenlasteleggingen onwaar zijn. Zoals in vele zedenzaken, is het op een aantal
belangrijke punten haar woord, tegen dat van mij.

Mijn aangeefster (dus niet het slachtoffer) is op 6
september 2018 samen met haar zeer wrokkige vader, naar de politie gestapt om
valse aangifte tegen mij te doen. Deze vader heeft zijn dochter gedwongen om
aangifte te doen, door tegen haar te zeggen dat ze uit de familie gezet zou
worden wanneer ze dit niet zou doen. Hier is ook hard bewijs voor.

Samen met mijn advocaten Micheal Ruperti en Patrick van der Meij van Cleerdin & Hamer, zijn we de afgelopen tijd bezig geweest met de voorbereidingen voor de rechtszaak. Het wordt moeilijk voor me, maar uiteindelijk zal ik vertrouwen moeten hebben in een onbevooroordeelde rechter. Als ik dan ook een eerlijke rechtszaak krijg, zal ik vrijgesproken worden van alle tenlasteleggingen.

Enerzijds vind ik het vreselijk dat deze rechtsdwaling op de eerste plaats al de rechtbank heeft gehaald. Anderzijds ben ik blij dat ik de kans krijg om eventueel vrijgesproken te worden.

Ik schrijf nu voor gerechtigheid en als de zaak geseponeerd zou worden zal ik geen naamzuivering krijgen. Ook een rehabiliterende vrijspraak komt in een zedenzaak niet of nauwelijks voor.

De openbaarheid van de zaak zoals deze nu is, is werkelijk een ramp voor alle betrokkenen en onze naasten. Later zullen mijn kinderen geconfronteerd worden met wat hun vader wel of niet gedaan heeft en daar maak ik mij grote zorgen om.

Ik heb een moeilijke keuze gemaakt door te kiezen voor volledige openheid in deze zaak

Ook hier op mijn blog. Dit omdat ik geforceerd ben de
openbaarheid te accepteren welke ik zal moeten ondergaan in de rechtszaak, de
media en daaromheen.

Het OM zal alles doen om mij als een monster af te schilderen omdat alle wettelijk en overtuigend bewijs ontbreekt. Om een veroordeling te krijgen, moeten ze haast wel een rechter hebben die de Telegraaf leest of naar RTL Boulevard kijkt met John van den Heuvel als moraalridder in de hoofdrol.

Wat wel duidelijk is in de zaak die het OM in elkaar heeft geknutseld, is dat er eigenlijk twee delen zijn in dit verhaal.

We hebben het dan over het hulpverleningsgedeelte en het
seksuele deel. Door deze twee aspecten bij elkaar te voegen, willen ze een gelijkwaardige
relatie omtoveren tot misdaad.

Bij het seksuele deel van deze zaak is er geen grijs gebied.
De aangeefster heeft aangifte gedaan wegens ontucht. Zij beweert dat de seks
tussen ons tegen haar wil was, dat dit is gebeurd toen ze minderjarig was en
dat ik vanuit een hulpverlenersrol handelde.

Voor mij zijn er tenminste twee dingen volkomen duidelijk.
Ten eerste was er geen enkel seksueel contact tussen de aangeefster en mij tot
november 2017. Er was toen sprake van een trio situatie, waar ik wel spijt van
heb, tussen mij, de aangeefster en haar moeder(!). De aangeefster was op dat
moment achttien jaar. Ze heeft hier opzettelijk valse aangifte gedaan en dit
zal ook ondersteund worden in de rechtszaal met hard bewijs.

Ten tweede is het feit dat ze beweert dat de seks tegen haar
wil was, niets anders dan een slinkse manier om zichzelf van alle
verantwoordelijkheid te ontslaan door zichzelf in een slachtofferrol te
positioneren. Ik was er bij en ik weet wat er gebeurd is.

Van de ongeveer vijfhonderd keer dat wij seks hadden in de periode van november 2017 tot september 2018 (gemiddeld drie keer per dag), was het niet alleen gewillig van beide kanten, maar ook volledig gelijkwaardig.

Ik heb uiteindelijk toch besloten om het zo weinig mogelijk over de seks te hebben in dit publieke forum. Het is simpelweg niet netjes om waarvan ik dacht dat het een liefdesrelatie was, nog meer te verlagen dan nu al het geval is.

Mijn advocaten zullen zich in de rechtbank uitvoerig verweren over het seksuele deel van de zaak. Er is veel bewijs dat dit van beide kanten kwam en dat wij beiden verantwoordelijk zijn voor alles wat er is gebeurd op seksueel gebied. Er was geen seksueel contact voor haar achttiende, en op het moment dat dit wel heeft plaatsgevonden, heeft zij er zelf om gevraagd. Ze heeft hier keihard over gelogen.

Er is ook geen grijs gebied wat betreft het beroepsverbod. Ik was haar hulpverlener niet.

Hoewel ik wel als vriend van de familie twee interventiegesprekken met haar en een groep mensen heb gevoerd. Hier heb ik het ook uitvoerig gehad in ‘The Inconvenient Truth’. (Pas twintig maanden later is mijn relatie met de aangeefster seksueel geworden. Ik neem hier volle verantwoordelijkheid voor). Een losgeslagen OvJ zal dit misschien hulpverlening willen noemen. De rechter moet uiteindelijk bepalen.

Wat ook nog speelt, iets waar ik het nog weinig over heb gehad, is de dynamiek van de relatie die ik had met haar ouders. Hier zal ik de komende weken nog veel over bloggen.

Ik heb totaal geen illusies, ik sta al met 100-0 achter. Ook wegens mijn verleden ben ik niet bepaald geloofwaardig voor het grote publiek.

Wat ook meespeelt is dat mijn aangeefster al bij voorbaat
onvoorwaardelijk wordt geloofd. Zoals in veel zedenzaken het geval is. Hierdoor
sta ik als verdachte al direct in een haast kansloze positie. Want als een
vrouw zegt dat ze is misbruikt, dan is ze dat ook. Deze opvatting is voor
bijvoorbeeld slachtofferhulp volledig juist, maar juridisch gezien is dit
natuurlijk onzin.

Ik hoop dat de rechtszaak wat duidelijkheid kan geven over
mijn keuzes en dat ik rechtvaardigheid zal krijgen door een onbevooroordeelde
rechter. Het is een tragisch verhaal en ik zie duidelijk dat ik de rode draad
ben in alles wat er nu wel, of niet gebeurd is. Ik zal mijn deel in deze
situatie dan ook niet kleiner maken dan dat het is. Het is niet meer, maar ook
niet minder dan vijftig procent.

In de volgende blogs zal ik het gaan hebben over mijn zogenaamde beroepsverbod en hoe justitie dat gebruikt om mij de cel in te krijgen. 

K.